Back-ups en herstel in de metaal- en maakindustrie: wanneer hebt u het laatst getest?
De vraag die ertoe doet is niet of er een back-up bestaat, maar wanneer iemand voor het laatst heeft geprobeerd die terug te zetten. Een back-up die wordt gemaakt maar nooit wordt teruggezet, kan onvolledig zijn, corrupt zijn, of simpelweg niet aansluiten op de machine waarop hij ooit moet landen. Dat ontdekt u niet door naar een logbestand te kijken, maar door het echt te proberen.
Voor de metaal- en maakindustrie is dit geen theoretische kwestie. CNC-besturingen, MES-software, PLC's en de planningssystemen eromheen hangen steeds vaker aan hetzelfde netwerk als de kantoorautomatisering. Valt dat netwerk uit door een technisch defect of door een incident, dan is de vraag niet alleen of er data terugkomt, maar of de productielijn er binnen een werkbare tijd weer mee draait. Daar gaat de zorgplicht uit de NIS2-richtlijn over: niet het bezit van een back-up, maar het aantoonbaar kunnen herstellen.
Waarom een hersteltest zwaarder weegt dan de back-up zelf
Een back-upstrategie bestaat meestal uit drie onderdelen: wat wordt gekopieerd, hoe vaak, en waar het wordt bewaard. Dat zijn de onderdelen die bedrijven doorgaans op orde hebben, vaak al jarenlang via de IT-leverancier. Het vierde onderdeel ontbreekt bij veel MKB-bedrijven: een geplande, herhaalde test waarbij iemand de back-up daadwerkelijk terugzet op een testomgeving en controleert of het resultaat werkt.
Die test laat zien of back-up en herstel echt op elkaar aansluiten. Een back-up van een databaseserver zonder de bijbehorende configuratiebestanden van de aangesloten machine is in de praktijk vaak onbruikbaar. Hetzelfde geldt voor een back-up die wel het bestand bevat, maar niet de licentiesleutel of de koppeling met de besturing die de productielijn aanstuurt. Dat soort gaten vindt u alleen door het terug te zetten, niet door de instellingen te lezen.
Wat dit betekent voor systemen die aan het netwerk hangen
Productiesystemen die ooit los stonden van het kantoornetwerk, staan daar in veel bedrijven inmiddels mee in verbinding: voor onderhoud op afstand, voor planningsdata, of omdat een leverancier toegang nodig heeft voor updates. Die koppeling maakt het bedrijf efficiënter, maar betekent ook dat een storing of incident op het kantoornetwerk kan doorwerken naar de productievloer.
Bij het testen van herstel is het daarom zinvol om onderscheid te maken tussen de back-up van administratieve systemen en de back-up van productiesystemen. Beide hebben een eigen hersteltijd, een eigen eigenaar en een eigen risico als het misgaat. Een test die alleen de kantoorserver dekt, zegt niets over hoe snel een CNC-machine weer een tekening kan inlezen na een storing.
Wat u vastlegt, en waarom dat net zo belangrijk is als de test zelf
Een hersteltest die niemand heeft vastgelegd, is voor een toezichthouder of een opdrachtgever niet te onderscheiden van een test die nooit heeft plaatsgevonden. Vastleggen hoeft niet ingewikkeld: de datum van de test, welk systeem is teruggezet, wie het heeft uitgevoerd, en wat het resultaat was. Dat is precies het soort bewijsstuk dat terugkomt in een securityvragenlijst van een opdrachtgever, en het soort onderbouwing dat bij een melding van een incident relevant wordt.
Wie dit per maatregel wil ordenen, vindt in het overzicht van alle onderwerpen per situatie hoe back-up en herstel zich verhouden tot de andere negen maatregelen uit de zorgplicht, zoals toegangsbeheer en incidentregistratie. Dat voorkomt dat herstel op zichzelf blijft staan, los van de rest van het dossier.
Hoe vaak testen genoeg is
Er bestaat geen vaste termijn die voor elk bedrijf geldt; dat hangt af van hoe kritiek het systeem is en hoe snel het na een storing weer moet draaien. Een jaarlijkse test is voor sommige systemen te weinig, voor andere ruim voldoende. Toezichthouders en de richtlijn zelf schrijven geen interval voor; ze verwachten dat een organisatie zelf kan uitleggen waarom de gekozen frequentie passend is bij het belang van het systeem.
Twijfelt u of uw bedrijf als essentiële of belangrijke entiteit onder de zorgplicht valt, of alleen via een opdrachtgever met vragen over back-ups te maken krijgt, dan geeft de NIS2-check daar in een paar vragen een eerste indicatie van. Veelgestelde vragen over wat wel en niet verplicht is, staan verzameld op de pagina met veelgestelde vragen.
Een hersteltest kost tijd, maar minder dan het opnieuw opbouwen van een productiesysteem zonder dat iemand weet of de back-up werkt. Wilt u zien hoe dit samen met de andere verplichtingen in één dossier past, met een status, een bewijsstuk en een eigenaar per maatregel? Doe eerst de gratis NIS2-check, of lees rustig verder in de kennisbank.